Twee uiterste overcompensatie

Er bestaat onderscheid tussen twee uiterste wijze van overcompensatie. Aan de ene kant bestaat er een persoonlijkheid van de aardige jongen die zichzelf “heel slecht” vind. En aan de andere kant bestaat er een persoonlijkheid van de aardige jongen die zichzelf “heel goed” vind.

Ondanks dat deze twee persoonlijkheden uiterst van elkaar verschillen in bewustzijn dragen ze allebei dezelfde kinderlijke overtuiging uit.

De “ik ben zo slecht” persoonlijkheid is ervan overtuigd dat iedereen kan zien hoe slecht hij in werkelijkheid was. Hij kan concrete voorbeelden geven uit zijn jeugd, adolescentie, en volwassen leven waarom hij zo slecht is.  Verhalen van roken, drinken, drugsgebruik en pleziermakerij. Hij gelooft dat iedereen zijn jongens persoonlijkheid doorziet en nooit serieus kan worden genomen.

De “ik ben zo goed” persoonlijkheid van aardige jongens behandeld zijn vergiftigende schaamte door hun overtuiging van waardeloosheid te onderdrukken. Hij is ervan overtuigd dat hij een van de aardigste jongens is die anderen ooit hebben ontmoet. Als hij bewust word van eventuele tekortkomingen dan worden die gezien als nihil en eenvoudig aan te op te lossen.  Als tiener deed hij alles precies goed. Tijdens zijn adolescente levensfasen volgde hij alle regeltjes op tot in detail.

De “ik ben zo goed” persoonlijkheid heeft zijn vergiftigde schaamte in een handig, luchtdicht compartiment ondergebracht, diep weggestopt in het onderbewustzijn. Hij schermt zijn eigen schaamte af met alle goede dingen die hij doet en leerde geloven dat, dat hem tot een goed of beter persoon maakt.  

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *